Dagelijks zijn er 27 suïcidepogingen in Vlaanderen. Deze schokkende gebeurtenissen raken zo bijna iedereen, soms van dichtbij, soms van ver weg. Ook in onze psychiatrische voorziening worden we geconfronteerd met suïcide, ondanks de bijzondere zorg die we bieden en de acties die we ondernemen om suïcide te voorkomen. Het laat telkens een litteken na, in de eerste plaats bij naasten en familie. Waar mogelijk helpen onze zorgverleners hen bij de verwerking. Maar ook op de betrokken zorgverleners laat het een grote indruk na. Wie draagt zorg voor onze zorgverleners? “We zien onmacht, wat als, kwaadheid of twijfels over het nut van begeleiding” vertelt Peter Symons van het Stress Support Team dat binnen onze voorziening ondersteuning biedt aan zorgverleners en andere diensten na een schokkende gebeurtenis: door collega’s aan collega’s.

Peter stond mee aan de wieg van het Stress Support Team (SST), een groep van medewerkers van onze voorziening die ondersteuning bieden aan hun collega’s. Zo’n twintig jaar na de start bestaat het SST niet langer uit louter (para)medische medewerkers. Ook andere profielen binnen onze organisatie, uit de HR- en ondersteunende diensten, maken nu ook deel uit van het team. Het SST komt in actie na een schokkende gebeurtenis in de breedste zin van het woord. Het kan gaan om suïcide(poging), een onrustwekkende verdwijning, agressie of het plots overlijden van een patiënt of collega. Zowel zorgverleners als andere diensten binnen onze voorziening kunnen beroep doen op het SST. De ondersteuning is vrijblijvend, maar na iedere melding van een schokkende gebeurtenis nemen zij contact op met het betrokken team. In de eerste dagen laten ze ruimte aan collegiale zorg, er zijn voor elkaar. Daarna komt het SST in actie, jaarlijks zo’n 40 keer.

“Directe collega’s zitten mee in het verhaal. Het is hun patiënt of hun collega. Ze voelen zich mee verantwoordelijk. Ondersteuners binnen het SST kunnen meer afstand nemen en zijn hiervoor opgeleid door The Human Link. Heel veel klachten verschijnen trouwens pas na enkele dagen. Wat doet die schokkende gebeurtenis met jou? Zie je het zitten om terug aan de slag te gaan? Dat zijn vragen die je de dag zelf of de dag nadien nog niet kunt stellen. Soms lijkt alles goed te gaan in het eerste contact, maar gaandeweg merken we dat het toch een langer gesprek wordt. Collega’s vertellen ons dat ze heel moe zijn, maar leggen niet de link met wat gebeurde. Dat komt pas nadat we samen zitten en ervaringen delen.”

Tijdens een interventie kan ik zichtbaar ontroerd zijn door het verhaal van het team. En dan vloeit er bij mij soms ook een traan. Tien jaar geleden zou ik dat niet getoond hebben, maar die authenticiteit werkt vaak helend.

De vorm van ondersteuning hangt af van de schokkende gebeurtenis en de omstandigheden. Er volgt een eerste gesprek binnen de week, daarna na 2 weken en een derde gesprek 6 tot 8 weken na de schokkende gebeurtenis.

“Een groepsinterventie hoeft niet altijd, het kan ook om een individuele begeleiding gaan. Iemand die op een suïcide uitkomt heeft dat zintuigelijk waargenomen. We merken vaak dat beelden terugkomen in dromen of flashbacks, maar ook bijvoorbeeld geuren of geluiden kunnen heel triggerend zijn. Voor het team gaat het meer om een verliessituatie. Dat is een groot verschil. We gaan in gesprekken met het team eerst focussen op de mensen die het rechtstreeks hebben meegemaakt. Het is belangrijk om de context te verhelderen en klaarheid te scheppen over wat er nu eigenlijk gebeurd is. Zij waren op dat moment gefocust op net de levensbedreigende zaken, waardoor ze vaak niet opmerken wat er om zich heen gebeurde. Nadien zitten zij met heel wat vragen. Heb ik iets over het hoofd gezien? Heb ik niet te laat gereageerd? Als dan blijkt dat collega’s de ziekenwagen tijdig hebben gebeld, zie je een last van hun schouders vallen. Dat is mooi om te zien. Het is belangrijk om die informatie samen te krijgen en een realistisch beeld te krijgen van de situatie.”

 “In tweede instantie focussen we op het team en het normaliseren van gevoelens. Er zijn en ruimte laten voor de emoties. Medewerkers delen bijvoorbeeld hun nare droom, openhartig. Andere collega’s stellen vast dat ze net dezelfde droom hebben gehad. Die erkenning van gevoelens is zo steunend. De gevoelens die een medewerker ervaart na een schokkende gebeurtenis zijn normaal. Normale reactie op een abnormale gebeurtenis. We zien een waaier aan gevoelens. Een vorm van schuldgevoel. Gewoon verdriet ook, onmacht en kwaadheid. Eigen levensvragen. Twijfels over het nut van een begeleiding. Soms is er ook eeltvorming. Ook al is dat heftig, toch zijn dit zeer normale gevoelens. Eelt mag evenwel niet gaan overheersen. Wat ook heel goed is om te weten is waar iemand staat in de verwerking. Sommigen hebben heel veel nood om te vertellen, anderen willen een afstand. Of er komt een teamlid uit verlof terug werken. Hun verwerking verloopt op een ander tempo dan waar het team reeds staat.”

Laten zien dat je geraakt bent als hulpverlener is een enorme steun voor de medepatiënten.

Na de interventies moet het SST merken dat klachten, zowel psychisch als lichamelijk minder intens worden. “Door wat we doen willen we posttraumatische stress, burn-outs, werkverlet of het gevaar op teveel eeltvorming vermijden. Wanneer blijkt dat de begeleidingsgesprekken van het SST niet volstaan kunnen we doorverwijzen naar de arbeidsarts en eventueel ook naar een ambulante therapeut. Het ziekenhuis komt dan zelf tussen in de kosten voor deze therapie.”

Sinds de start van het Stress Support Team heeft Peter heel wat zien veranderen, ook hoe hij zelf in zijn ondersteuning staat. “Het is mooi om te zien hoe een team zich in een crisissituatie verhoudt, welke emoties er spelen, hoe heftig dat is en zwaar. En door te normaliseren, te erkennen, erkenning te krijgen van anderen, hoeveel rust dat kan geven aan een team. Dat zij terug in hun kracht komen te staan. Soms is een begeleiding heftig. Je neemt dat niet per se mee naar huis, maar het raakt je wel. Tijdens een interventie kan ik zichtbaar ontroerd zijn door het verhaal van  het team. En dan vloeit er bij mij soms ook een traan. Tien jaar geleden zou ik dat niet getoond hebben, maar die authenticiteit werkt vaak helend.”

Wie actief is binnen het SST krijgt een specifieke opleiding in begeleidingstechnieken en ondersteuningsvormen door The Human Link. Het is namelijk belangrijk dat zij wel mee kunnen dragen door aanwezig te zijn, maar geen gevaar lopen op zelf té betrokken te worden. Het SST ondersteunt daarom collega’s in het omgaan met schokkende gebeurtenissen zonder onmiddellijk te willen ‘oplossen’ of ‘redden’. “Hier een onderscheid in maken is van belang.  Een analyse van het incident gebeurt door andere collega's op een ander tijdstip. Binnen het SST dragen wij ook zorg voor elkaar door intervisiemomenten en wekelijkse besprekingen van casussen. Zo kunnen we elkaar ondersteunen.”

“Wat me bijblijft is dat er nu veel meer openheid is binnen teams om te spreken met elkaar. Artsen en assistenten zijn veel meer hierbij betrokken. Vroegers was dat minder het geval. Ook is er een grotere openheid ontstaan bij de zorgverleners om patiënten te informeren. Als je te maken krijgt met een suïcide bij een patiënt, dan is er geen onderscheid tussen de medepatiënten en de zorgverlener. Laten zien dat je geraakt bent als hulpverlener is een enorme steun voor de medepatiënten.”